deFamilieAcademie

Erna Janssen

lesdag ethiek aan kinder- en jeugdtherapeuten

Een sprookje

Er was eens een land waarin het bemoeien een nationale deugd was. In dat land waren geen daklozen, geen kinderen die mishandeld werden. Wel waren er bemoeiklinieken. Daarin zaten 2 type cliënten. Degenen die iets gedaan hadden of van plan waren geweest iets te doen, maar bijtijds waren tegengehouden door bemoeiplichtig ingrijpen, en de dissidenten. De dissidenten waren mensen die tegen bemoeien waren én tegen de algemeen heersende normen die bemoeien rechtvaardigde. Die normen waren natuurlijk niet uit de lucht komen vallen. Die waren het resultaat van eeuwenoude tradities over wat goed is voor de mens en hoe zij gelukkig wordt. Daar werd les in gegeven op school. De overheid van het land mocht uiteraard even graag bemoeien als de individuele burgers. Er was geen honger, geen armoede. Voor gekken, zwakzinnigen en kinderen werd goed gezorgd. De sociale controle was groot. De mensen waren keurig aangepast. Het land was één hecht geheel. Er lag een soort onzichtbaar vangnet over het hele land uitgespreid. Alle burgers waren een beetje hulpverlener. Als er speciale kennis was vereist, kwam een goed georganiseerd hulpverleningssysteem voor mensen met problemen helpen. Meestal liep het niet uit de hand, want men was er vroeg bij. Preventie had hoge prioriteit in de geestelijk gezondheidszorg. Men hielp elkaar kortom. Het was natuurlijk geen schande om geholpen te worden. Het was een schande als je hulp weigerde of niet kon erkennen dat je hulp nodig had. Dat was asociaal. Het woord ‘bemoeiziek’ bestond niet, je kon uiteraard niet bemoeigezond genoeg zijn. Af en toe probeerde een dissidente te ontsnappen naar het aangrenzende land. Als haar ontsnappingspoging mislukte werd zij extra bemoeid, want dan was ze er ernstig aan toe.

Het aangrenzende land was heel anders. Daarom wilden de dissidenten er ook naar toe. Daar was vrijheid de hoogste nationale waarde en ook ongeveer de enige waarde die de bewoners deelden. Men bemoeide zich niet graag met elkaar. Alleen als het echt moest, doordat de ene burger de vrijheid van de andere burger belemmerde. De mensen gingen hun eigen gang. Ieder voor zich. Niemand voor allen. Er waren wel diverse sociale verbanden, maar daar kon je voor kiezen. Je netwerkte alleen met de mensen waarmee je wilde netwerken. En je familieleden; daar viel niet helemaal aan te ontkomen. Er waren veel excentrieke mensen. Zeer excentriek waren vaak de dissidenten uit het andere land, van wie de ontsnappingspoging was geslaagd. Zij sloegen een beetje door maar de autochtonen haalden daarover de schouders op en bemoeiden zich er niet mee. De overheid zorgde voor een minimum aan veiligheid. Er waren wel veel zwervers. Mensen die het gevecht om het bestaan niet aankonden. Die hadden op school voor zelfontplooiing meestal al een onvoldoende gehad. Er was ook veel criminaliteit en er waren veel criminelen, die hadden op school vaak een hoog cijfer voor zelfontplooiing.

Hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg hadden het tamelijk moeilijk. Zij mochten alleen mensen helpen die daar expliciet om hadden gevraagd. Je kon, in het algemeen, wel om advies vragen, maar dat had niet veel zin. Het antwoord luidde doorgaans: “je moet het zelf weten.” En omdat je pas om advies vroeg als je het echt niet meer wist, hielp dat niet zo erg. De opvoeding was erop gericht kinderen te oefenen in zelfstandigheid en vrijheid. Soms ontsnapten mensen die de autonomie wat te veel werd naar een naburig land. Uiteraard werden ze daar gastvrij ontvangen en bemoeid.

Zoals dat gaat in sprookjes, werd op een dag de prins van het ene land verliefd op de prinses van het andere land. De vader van de prinses wilde haar nog tegenhouden en van gedachten laten veranderen. Iedereen bemoeide zich ermee, maar ze hield voet bij stuk want ze was erg verliefd. De moeder van de prins zei: “jullie moeten het zelf weten”. 

Enfin, ze trouwden en de twee landen werden één land. En iedereen moest een evenwicht zoeken tussen beide culturen. Tussen bemoeien en vrijlaten. Tussen eigen verantwoordelijkheid en zorg. Tussen dwang en gevaar. Tussen tolerantie en bestwil.

Het verhaal gaat dat ze er nog steeds niet helemaal uit zijn.

 

vrij naar Inez de beaufort

Advertenties

3 thoughts on “lesdag ethiek aan kinder- en jeugdtherapeuten

  1. Precies wat er nu in ons land aan de hand is. Zoeken naar de balans is zeker belangrijk. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt komen we tot elkaar.

    Like

  2. Bedankt voor je reactie Robin, ik hoop dat de lesdag voor veel beweging heeft gezorgd.
    groetjes Erna

    Like

  3. Inspirerende metafoor met voor mij grote herkenbaarheid. Het zet aan tot nadenken. Leuk en dank je wel!

    Groeten van,
    Robin

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s