deFamilieAcademie

Blogs over ouderverstoting en meer kindermishandeling

Paper als eindtoets van de training ouderverstoting

Een reactie plaatsen

logodefamilieacademievoorblad

“Daarnaast is aangetoond dat kindvervreemding intergenerationeel van aard is.”

In november 2018 start de nieuwe training ouderverstoting voor de professional, @SKJeugd 37,0 Download hier de folder training deFamilieAcademie 2018
Deze training richt zich op bewustwording, het ontwikkelen van een eigen visie op ouderverstoting en leren werken met ouderverstoting.
Om dit goed vorm te geven sluit elke deelnemer de training af met een paper of een presentatie. Hieronder de samenvatting van zo’n paper. 

Paper: Ouderverstoting. Hoe kan de rol van de rechtsgang verbeteren?

Inleiding
Een typische gezinsdynamiek, in woorden meewerkende ouders, ogenschijnlijk wijze en verstandige (geparentificeerde) kinderen, lange trajecten met veel onderbrekingen en maar niet tot de gewenste verandering kunnen komen. Omdat in het merendeel van deze zaken geen compromissen werden bereikt, volgde er uiteindelijk toch een rechtszaak. En ook in de rechtbank werd er niet tot een passende, in het belang van het kind zijnde, oplossing gekomen. Sterker nog: dit werkte zelfs vaak averechts en het kind verloor het contact met 1 ouder…
Als er sprake is van ouderverstoting en dit niet wordt gezien door therapeuten, coaches, gezinsvoogden, advocaten, mediators, rechters en alle andere betrokken professionals kan dit dramatische gevolgen hebben voor de kinderen. Er zijn op dit gebied nog heel veel vragen en geen kant-en-klare oplossingen, maar waar kan de rechtsgang beginnen om deze problematiek aan te pakken, te verminderen en te voorkomen?

Termen
Als eerste lijkt het me belangrijk om duidelijkheid te geven over de termen die ik gebruik. Aan deze vorm van problematiek worden namelijk wereldwijd meerdere termen door elkaar gebruikt.

Ouderverstotingsproblematiek
Wereldwijd praat men meestal over PAS (Parental Alienation Syndrome), PAD (Parental Alienation Disorder) en/of PA (Parental Alienation). In Nederland spreken we ook over PAS, over het ouderverstotingssyndroom en/of over oudervervreemding. 
Er zijn verschillende grondleggers en onderzoekers, om enkele namen te noemen: Dr. Gardner, Dr. Childress, Karen Woodall, Dr. Bernett en Amy Baker. Over verschillende aspecten zijn ze het niet eens met elkaar (deze paper is nu niet gericht op deze verschillen) maar over 1 ding zijn ze het wel eens: voorkomen van ouderverstoting is beter dan genezen! Hoe kan de rechtsgang hierin een positieve rol spelen?

Definitie ouderverstoting

Van ouderverstoting is sprake als een kind een ouder, waarmee het voorheen een goede relatie had, niet meer wil zien zonder duidelijke en reële reden.

Binnen-ouder en buiten-ouder
De afwijzing van de ene ouder gebeurt, bewust of onbewust, onder invloed van de andere ouder. Met deze laatst genoemde ouder heeft het kind ogenschijnlijk de beste relatie. Deze ouder staat, ogenschijnlijk, het dichts bij het kind. Vandaar dat we deze ouder de “binnen-ouder” noemen (Bron: DeFamilieAcademie).
De andere ouder wordt (steeds meer) buitengesloten door het kind en noemen we de “buiten-ouder” (Bron: DeFamilieAcademie).
De binnen-ouder moedigt de afwijzing bij het kind aan door negatieve informatie over de buiten(gesloten) ouder met het kind te delen. De buiten-ouder en diens familie worden buitengesloten. Het kind wordt hierdoor gedwongen een keuze te maken tussen ouders. Het kind uit zich (extreem) negatief over de buiten-ouder (Bron: DeFamilieAcademie).

Hoe noodzakelijk is het om ons te verdiepen in deze problematiek?
Het aantal officiële huwelijksontbindingen (echtscheidingen) bij gezinnen met minderjarige kinderen is, evenals het totaal aantal echtscheidingen, voor het eerst in jaren gedaald. In 2015 zijn er ruim 19.000 echtscheidingen waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn. In 2014 ging het om bijna 20.000 (CBS, 2016).
Maar daarbij komt dat het aantal geregistreerde partnerschappen stijgt. In 2015 zijn bijna 13.000 partnerschappen gesloten, 2.500 duizend meer dan in 2014. Tot 2014 ging het namelijk nog om 10.000 nieuwe geregistreerde partnerschappen per jaar (CBS, 2016).
Hoewel het aantal minderjarige kinderen dat bij een echtscheiding betrokken is in 2015 is gedaald betekent dit niet, gezien het stijgende aantal geregistreerde partnerschappen, dat het totaal aantal kinderen dat met een scheiding van ouders te maken heeft ook gedaald is. Exacte cijfers ontbreken echter.

Zeventigduizend scheidingskinderen per jaar
Spruijt en Kosmos (2010) gaven op basis van de toen bekende cijfers een schatting van circa 70.000 thuiswonende kinderen per jaar die een (echt)scheiding van de ouders mee maakt. Dit getal is gebaseerd op het aantal echtscheidingen per jaar, een schatting van het aantal samenwonenden die uit elkaar gaan (De Graaf 2005) en cijfers over het aantal paren met thuiswonende kinderen tot een leeftijd van 22 jaar.
Na de scheiding woont ruim 80 procent van de kinderen bij hun moeder. Een kwart (!) van alle scheidingskinderen verliest uiteindelijk het contact met 1 van de ouders; in 90 procent van de gevallen is dat de vader, in 10 procent de moeder (Bron: CBS en Vader Kennis Centrum).

Dat betekent dus dat 1 op de 4 scheidingskinderen opgroeit zonder 1 van zijn/haar biologische ouders. Bij het CBS kan ik niet achterhalen waarom deze kinderen het contact verliezen: ik weet dus niet of dit allemaal komt door ouderverstoting. Aldus onderzoek van Spruijt & Kormos (2014) komt ouderverstoting bij ongeveer 10% van de scheidingskinderen voor.
De noodzaak om (vroegtijdig in het scheidingsproces) aandacht te besteden aan mogelijke ouderverstoting lijkt me hiermee wel duidelijk.

Gevolgen van ouderverstoting
Want de gevolgen liegen er niet om. Mogelijke gevolgen worden beschreven door de verschillende bronnen (Anthonijsz et al., 2015; Baker, 2005a, 2005b; Ben-Ami & Baker, 2012; Johnston, 2006):

• psychologische klachten (angst, depressie, agressie, psychosomatische reacties)
• verminderd gevoel van eigenwaarde
• verliezen van contact met eigen gevoelens
• verminderde prestatie op intellectueel gebied
• gebrekkige sociale ontwikkeling
• verminderd vertrouwen in anderen
• onlogisch redeneren
• drugs en/of alcoholmisbruik
• gebrekkige oplossingsvaardigheden
• identiteitsproblemen

Onderzoek naar de gevolgen op lange termijn wijst uit dat volwassenen die in hun kindertijd van een ouder vervreemd zijn geraakt een lage zelfwaarde en een hoge zelfhaat ervaren. En bovendien is gebleken dat 70% lijdt aan een depressie in de volwassenheid door het verlies van de band met de andere ouder (Baker, 2005a, 2005b; Ben-Ami & Baker, 2012).
Daarnaast is aangetoond dat ouderverstoting intergenerationeel van aard is.
Dit blijkt uit het onderzoek van Baker (2005b), waarbij 38 volwassenen die in hun kindertijd vervreemd zijn geraakt vaker aangeven ook vervreemd te zijn van hun eigen kinderen. Dit laatste impliceert dat een gepaste interventie van belang is om een intergenerationele overdracht te voorkomen (Weigel & Donovan, 2006).

Wat is de rol van de rechtsgang bij ouderverstoting? De rol van de rechter.
Als er zich een omgangsgeschil voordoet en de partijen niet in staat zijn om zelf tot een oplossing te komen, belandt dit vaak bij de rechter. Het is dan aan de rechter om te beoordelen of de veiligheid van het kind daadwerkelijk in het geding is bij één van de ouders (de eventuele buiten-ouder) of dat één van de ouders (de eventuele binnen-ouder) dit argument inzet zodat de omgangsregeling (met de mogelijke buiten-ouder) niet van de grond komt of volledig beëindigd wordt (en er mogelijk sprake is van ouderverstoting).
Uit de praktijk blijkt dat de rechter in de meeste gevallen uiteindelijk komt tot een ontzegging van de omgang tussen kind en (buiten-)ouder, terwijl dit niet het wettelijke uitgangspunt is. Wettelijk gezien heeft elk kind recht op omgang met z’n beide ouders tenzij dit niet in zijn/haar belang is. Uit de gevonden en gebruikte onderzoeken komt niet naar voren dat hier een gedegen onderzoek naar ouderverstoting heeft plaats gevonden.
Toepassing van dwangmiddelen om omgang te forceren als een ouder tegenwerkt, zo blijkt uit de praktijk, komt ondanks de weigerachtige houding van de mogelijke binnen-ouder niet veel voor. Als de rechter hier al voor kiest, wordt er in de meeste gevallen een dwangsom opgelegd.

De rol van de advocaat / mediator.
De functie van een advocaat is primair het behartigen van de belangen van zijn cliënt. Uit onderzoek blijkt dat ouderverstoting in het rechtssysteem vaak wordt misbruikt, omdat advocaten willen dat hun cliënt de rechtszaak wint. De signalen die spelen bij ouderverstoting worden dan gezien als een middel om tot gezagsoverdracht te kunnen komen (Jaffe et al., 2010: Spruijt et al., 2005).
Zirogiannis (2001), die in zijn onderzoek de erkende problemen van ouderverstoting beschrijft, stelt dat het fenomeen kan leiden tot een gezagsoverdracht waarbij sprake is van onprofessioneel handelen van deskundigen en waarbij geen rekening is gehouden met de wensen en de belangen van het kind.
Uit bovengenoemde onderzoeken blijkt dus dat als advocaten alleen handelen in het belang van de cliënt, ze de ouderverstoting in de hand (kunnen) werken.
De belangen van het kind(eren) zijn vaak andere belangen dan die van ex-partners. Op het moment dat ouders veel in een ‘ex-partner rol’ zitten (ipv in een ouder-rol), ligt het gevaar op de loer. De belangen van het kind kunnen dan in het geding komen.

Wie kan er wat doen binnen de rechtsgang?
Als eerste zal er een onderscheid gemaakt moeten worden tussen een vechtscheiding en ouderverstoting. En zal ouderverstoting als zodanig erkend en herkend moeten worden.
Deze taak ligt mijn inziens bij alle betrokkene die met (kinderen van) gescheiden ouders werken. Advocaten, mediators, bijzonder curatoren, (kinder)rechters, raad van de kinderbescherming. Maar ook de andere (mogelijk) betrokken professionals buiten de rechtsgang: gezinsvoogden, kindertherapeuten, psychologen, orthopedagogen, docenten enzovoorts.
Om deze problematiek te (h)erkennen is er als eerste kennis nodig van ouderverstoting van alle betrokkene professionals.
Aangezien deze problematiek een bijzondere (gezins-)dynamiek met zich mee brengt, die niet voor iedereen zomaar zichtbaar is, lijkt een specialist wel noodzakelijk om de belangen van het kind daadwerkelijk te behartigen.
Elke professional die met ouders en kinderen werkt is per 1 juli 2013 door de wet verplicht om de meldcode te gebruiken bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Essentieel dus voor iedere professional die met (kinderen van) gescheiden ouders werkt om een bepaalde basis kennis te hebben van ouderverstoting.

Kennis van de professionals
Francis Collet heeft in juli 2016 haar masterscriptie voor de Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen geschreven met als titel: “Kindvervreemding: kennis en behoeften van professional. Een kwalitatief onderzoek.”
Francis Collet onderzocht aan de hand van haar studie in hoeverre ouderverstoting (zij noemt het in haar onderzoek kindvervreemding) wordt gesignaleerd in situaties waarbij ouders zich in een vechtscheiding bevinden en onderzocht hoe dit zich verhoudt tot de kennis en behoeften van professionals.
Haar eindconclusie is: “Professionals hebben een duidelijke behoefte aan een gericht signaleringsproces en meer kennis over de verschillende factoren van kindvervreemding. (…) Hierdoor kan kindvervreemding mogelijk preventief worden aangepakt of kan er vroegtijdige en gerichte hulp geboden worden. Kennisoverdracht tussen theorie en praktijk is hierbij noodzakelijk.”
Verdere professionalisering, van alle betrokken professionals, rondom de problematiek van ouderverstoting is dus op zijn plaats.

Conclusie
Van ouderverstoting is sprake als een kind een ouder, waarmee het voorheen een goede relatie had, niet meer wil zien zonder duidelijke reden. De afwijzing van de buiten-ouder gebeurt, bewust of onbewust, onder invloed van de binnen-ouder. De buiten-ouder en diens familie worden buitengesloten. Het kind wordt hierdoor gedwongen een keuze te maken tussen ouders.
Spruijt en Kosmos (2010) gaven op basis van de toen bekende cijfers een schatting van circa 70.000 thuiswonende kinderen per jaar die een (echt)scheiding van de ouders mee maakt. 25% Van de scheidingskinderen verliest het contact met 1 ouder. Uit onderzoek van Spruijt & Kormos (2014) komt ouderverstoting bij ongeveer 10% van de scheidingskinderen voor.

De gevolgen van ouderverstoting liegen er niet om. Mogelijke gevolgen worden beschreven door de verschillende bronnen als oa psychologische klachten (angst, depressie, agressie, psychosomatische reacties), een verminderd gevoel van eigenwaarde, gebrekkige sociale ontwikkeling, verminderd vertrouwen in anderen, drugs en/of alcoholmisbruik, gebrekkige oplossingsvaardigheden en identiteitsproblemen.
Onderzoek naar de gevolgen op lange termijn wijst uit dat volwassenen die in hun kindertijd van een ouder vervreemd zijn geraakt een lage zelfwaarde en een hoge zelfhaat ervaren en later vaker lijden aan depressies. Daarnaast is aangetoond dat kindvervreemding intergenerationeel van aard is.
Als er zich een omgangsgeschil voordoet en de partijen niet in staat zijn om zelf tot een oplossing te komen, belandt dit vaak bij de rechter. Het is dan aan de rechter om te beoordelen of de veiligheid van het kind daadwerkelijk in het geding is bij één van de ouders (en er mogelijk sprake is van ouderverstoting).
Uit de praktijk blijkt dat de rechter in de meeste gevallen uiteindelijk komt tot een ontzegging van de omgang tussen kind en (buiten-)ouder, terwijl dit niet het wettelijke uitgangspunt is.
De functie van een advocaat is primair het behartigen van de belangen van zijn cliënt. Uit onderzoek blijkt dat ouderverstoting in het rechtssysteem vaak wordt misbruikt, omdat advocaten willen dat hun cliënt de rechtszaak wint. De signalen van ouderverstoting worden dan gezien als een middel om tot gezag overdracht te kunnen komen. Als advocaten alleen handelen in het belang van de cliënt, kan de ouderverstoting in de hand worden gewerkt.
Om deze problematiek aan te pakken zal als eerste door alle betrokken professionals een onderscheid gemaakt moeten worden tussen een vechtscheiding en ouderverstoting. En zal ouderverstoting als zodanig erkend en herkend moeten worden.
Om deze problematiek te herkennen is er als eerste kennis nodig van ouderverstoting van alle betrokkene professionals. Echter uit onderzoek blijkt dat professionals een duidelijke behoefte hebben aan een gericht signaleringsproces en meer kennis over de verschillende factoren van ouderverstoting.
Verdere professionalisering binnen de rechtsgang, en van alle betrokken professionals, rondom de problematiek van ouderverstoting is dus op zijn plaats.

folder training deFamilieAcademie

Advertenties

Auteur: deFamilieAcademie; Erna Janssen

Als ontwikkeldeskundige, systemisch maatschappelijk werker en trainer ben ik altijd weer geboeid door mensen in hun levens. Binnen deFamilieAcademie deel ik mijn ervaring met ouders en professionals die te maken hebben met ouderverstotingsproblematiek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s